| 1. |
e2-e4
d7-d6 |
|
|
| 2. |
d2-d4
Pg8-f6 |
|
|
| 3. |
Pb1-c3
Pb8-d7 |
|
|
| 4. |
Pg1-f3
e7-e5 |
|
|
| 5. |
Lf1-c4
Lf8-e7 |
|
|
| 6. |
0-0
0-0 |
De
basiszetten zijn gespeeld. |
 |
| 7. |
Dd1-e2
e5xd4 |
Wit
kan hier ook goed voortzetten met Te1, h3 of Le3. Voor alle zetten geldt
dat zwart naar de ideale opstelling moet werken. De witte damezet maakt
de weg vrij voor bezetting van de d-lijn door de torens. Wit maakt ook
het zwarte schijnoffer Pxe4 onmogelijk en oefent druk uit op f7 door later
Lb3 en Dc4 te spelen. Zwart zou ook rustig kunnen voortzetten met c6. |
|
| 8. |
Pf3xd4
Pd7-e5 |
Zwart
valt met de paardenzet de sterke witte loper aan. Tevens maakt de zet het
schijnoffer op e4 weer mogelijk omdat d5 nu ook door de zwarte dame wordt
gedekt. |
 |
| 9. |
Lc4-b3
c7-c5 |
Wit
is gedwongen zijn loper te verplaatsen. De zwarte pionzet verzwakt het
veld d5 en pion d6 maar zorgt er wel voor dat het initiatief weer bij zwart
ligt. |
|
| 10. |
Pd4-f5
Lc8xf5 |
Het
witte paard mag niet op f5 blijven staan. Zwart moet zijn loper afruilen. |
 |
| 11. |
e4xf5
Dd8-d7 |
Zwart
heeft nu een pion meer in het centrum, terwijl wit met een dubbelpion zit.
Natuurlijk heeft zwart wel zijn zwaktes d5 en d6. |
|
| 12. |
Pc3-d5
Tf8-e8 |
Wit
verdedigt nog steeds zijn pion op f5. Als zwart afruilt, komt er een loper
op d5 te staan die ook pion b7 aanvalt. Het is beter de loper te verdedigen. |
 |
| 13. |
Tf1-d1
Le7-d8 |
Wit
dekt zijn paard en daarmee veld d5. |
|
| 14. |
Pd5-e3
Ld8-c7 |
Zwart
kan ook Pc6 spelen wat tot wilde stellingen leidt. |
|
| 15. |
c2-c3
Te8-e7 |
Zwart
gaat zijn toren verdubbelen en heeft dan duidelijk voordeel. Pion f5 zal
voor wit niet te handhaven zijn. Tevens is het centrum in handen van de
zwarte paarden en pionnen. |
 |