eeuwenkop
De Leeuwenkop is een variant voor de voorzichtige speler. Omdat de zwartspeler rokeert komt zijn koning veilig te staan. Natuurlijk is een pionnenaanval met de g- en de h-pion dan ook minder speelbaar. In het boek staan van deze variant de meeste vertakkingen beschreven. Het is dan ook een ingewikkelde variant met veel mogelijkheden. Vooral strategische spelers zullen met deze variant goed uit de voeten kunnen.
Het is bij deze variant erg moeilijk een hoofdvariant te vinden. De eerste 6 zetten voor zwart zijn basiszetten, na de zesde zet zijn er erg veel mogelijkheden. Ik heb voor een agressieve variant gekozen. Zwart moet in alle gevallen proberen na ongeveer 15 zetten de volgende stelling te bereiken:
Ideale stelling voor zwart Zwart blijft vooral op de eigen helft van het bord actief. De enige stukken die over de grens zouden kunnen komen zijn Le7-b4 of Pf6-g4. Veld f4 wordt voor zwart erg belangrijk, het is het ideale veld voor een zwart paard. Veld f5 blijft voor zwart een zwak veld die onder controle gehouden moet worden door de loper.
1.  e2-e4    d7-d6    
2.  d2-d4  Pg8-f6    
3.  Pb1-c3 Pb8-d7    
4.  Pg1-f3   e7-e5    
5. Lf1-c4  Lf8-e7    
6. 0-0       0-0  De basiszetten zijn gespeeld.
7. Dd1-e2  e5xd4 Wit kan hier ook goed voortzetten met Te1, h3 of Le3. Voor alle zetten geldt dat zwart naar de ideale opstelling moet werken. De witte damezet maakt de weg vrij voor bezetting van de d-lijn door de torens. Wit maakt ook het zwarte schijnoffer Pxe4 onmogelijk en oefent druk uit op f7 door later Lb3 en Dc4 te spelen. Zwart zou ook rustig kunnen voortzetten met c6.  
8. Pf3xd4  Pd7-e5 Zwart valt met de paardenzet de sterke witte loper aan. Tevens maakt de zet het schijnoffer op e4 weer mogelijk omdat d5 nu ook door de zwarte dame wordt gedekt.
9. Lc4-b3  c7-c5 Wit is gedwongen zijn loper te verplaatsen. De zwarte pionzet verzwakt het veld d5 en pion d6 maar zorgt er wel voor dat het initiatief weer bij zwart ligt.  
10. Pd4-f5  Lc8xf5 Het witte paard mag niet op f5 blijven staan. Zwart moet zijn loper afruilen. 
11. e4xf5   Dd8-d7 Zwart heeft nu een pion meer in het centrum, terwijl wit met een dubbelpion zit. Natuurlijk heeft zwart wel zijn zwaktes d5 en d6.  
12. Pc3-d5  Tf8-e8 Wit verdedigt nog steeds zijn pion op f5. Als zwart afruilt, komt er een loper op d5 te staan die ook pion b7 aanvalt. Het is beter de loper te verdedigen.
13. Tf1-d1  Le7-d8 Wit dekt zijn paard en daarmee veld d5.  
14. Pd5-e3  Ld8-c7 Zwart kan ook Pc6 spelen wat tot wilde stellingen leidt.  
15. c2-c3   Te8-e7 Zwart gaat zijn toren verdubbelen en heeft dan duidelijk voordeel. Pion f5 zal voor wit niet te handhaven zijn. Tevens is het centrum in handen van de zwarte paarden en pionnen.
 
Hieronder volgt nog een aardig potje van Fabiano tegen Kosten, die ook een Leeuwenkop speelde.
Fabiano- Kosten, 1991; 0-1