eeuwenklauw
De Leeuwenklauw is de favoriete variant van De Leeuw. Het is ook de agressiefste en minst voorspelbare variant. Zwart bereidt een gedegen aanval op de koningsvleugel voor. De zetten van zwart zijn altijd hetzelfde. Zwart wint veel tempi en verplaatst zijn damepaard naar het ideale veld f4. Doordat zwart niet rokeert wordt wit een beetje radeloos en gaat soms spontaan een stuk (incorrect) offeren of zijn koningsvleugel verzwakken. Dat is het moment dat de Leeuwenklauw zonder pardon naar de strot van de witte koning grijpt.
1.  e2-e4   d7-d6 Als wit eerst d4 (of c4, Pf3, b4 etc) speelt is dat ook prima.
2.  d2-d4  Pg8-f6  
3.  Pb1-c3 Pb8-d7  
4.  Pg1-f3  e7-e5 Wit laat nu f4 achterwege en richt zich op het centrum.
5. Lf1-c4  h7-h6 Ik speel hier graag h6 opdat de witte dameloper mijn paard op f6 niet kan pennen. Je zou ook Le7 of c6 kunnen spelen.
6. 0-0     c7-c6  Deze pionzet heeft twee doelen; hij verdedigt het veld d5 tegen Pd5 en hij bereidt het eventuele b5 voor. 
7. a2-a3  Dd8-c7 Wit moet met a3 (of a4 of Lb3) reageren omdat anders b5 volgt. Na Lb3 volgt b4 en het paard moet weg, e4 staat ongedekt en wit verliest een centrumpion.
8. Lc1-e3  Lf8-e7 Wit weet nu al niet meer wat hij moet doen. Hij weet niet waar hij moet aanvallen en centreert daarom zijn stukken. Als wit nu e5 slaat moet je natuurlijk met d6 terugnemen.
9. Dd1-e2  Pd7-f8 Zwart heeft niets te vrezen en gaat met zijn damepaard via f8-g6 naar f4 waar een prachtig veld op hem wacht. Als wit d5 speelt moet je nooit slaan. Laat wit maar je c-pion slaan, je kunt hem gewoon terugnemen met b7.
10. Ta1-d1  g7-g5 Zwart begint zijn aanval. Nu raakt wit vaak in paniek en gaat het centrum opruimen (dxe5). Gewoon met je pion terugslaan en de open d-lijn vormt geen gevaar voor zwart. Als wit 10.Ph4 speelt, dan speel je g6 (en daarna g6-g5)en je wint weer een tempo. 
11. h2-h3  Pf8-g6 Voor wit is dit een verplicht zetje omdat zijn paard naar h2 moet. Het is natuurlijk ook een verzwakking. Als wit geen loper op c4 heeft, kan het zwarte paard ook naar e6 (=iets sterker). 
12. Pf3-h2  Pg6-f4 Het zwarte paard staat waar hij hoort. Wit moet hem wel slaan met zijn loper omdat hij te gevaarlijk is. Als wit zijn paard niet weghaalt kun je een pionoffer overwegen (g4).
13. Le3xf4    g5xf4 Je kunt de loper ook met je e-pion terugnemen zodat je dame meer in het spel komt. Ik vind dat een beetje onveilig doordat de zwarte koning zwak komt te staan. Tevens wordt nu de g-lijn half geopend voor de toren.
 
Hierna kan zwart zijn overwicht simpel uitbreiden door de halfopen g-lijn te bezetten met zijn toren. Zwart kan nadat hij zijn loper heeft gespeeld ook nog lang rokeren zodat zijn andere toren ook in het spel komt. Het gebeurt vaak dat de g- en de h-pion een goede aanval op touw kunnen zetten. De witte stukken staan ondertussen lekker gecentraliseerd toe te kijken hoe hun koningsvleugel wordt opgeruimd. Ik denk dat deze variant vooral geschikt is voor beginnende schakers of beginnende Leeuwspelers omdat hij makkelijk te spelen is en erg leerzaam is wat betreft de strategie. Deze variant is natuurlijk ook erg geschikt voor rapid en snelschaakpartijtjes.
Hieronder kun je nog een partij met de Leeuwenklauw vinden. De zwartspeler weet wel raad met deze variant aangezien hij een van de auteurs van het boek 'De Leeuw, het zwarte wapen' is. 
Roel Trimp - Jerry van Rekom, 1996 ; 0-1